Door op 21 december 2004

LACHEN

Een klein mensenleven geleden, op de hbs, beweerde onze leraar Nederlands dat Duitsers weinig gevoel voor humor hebben. De manier waarop die het woord ‘Humor’ uitspreken, zegt al genoeg, vond hij. Zijn collega Duits was het er ernstig mee oneens en wees ons op grote voorbeelden uit de Duitse litteratuur, die ik langzamerhand vergeten ben.

Later, begin jaren ’60, draaide in enkele kleine bioscopen (Duitse films begonnen weer te mogen) ‘Wir Wunderkinder’, gebaseerd op de gelijknamige roman van Hugo Hartung. Ondanks de vele narigheid die erin voorkomt, vond ik de film zo geestig, dat ik onmiddellijk het boek gekocht heb. (In het Duits; nooit een vertaling van gezien *), maar geen punt, je had toch Duits geleerd op de hbs. Niks keuzevak.)

Het boek beschrijft het leven van twee jongens, later mannen, in het Duitsland van na de eerste wereldoorlog, de ene een branie met een neus voor zaken, de ander een wat beschouwende jongen, de verteller van het verhaal.

De ene is van de platte lol, drank en wijven (Bierkeller!), de ander studeert letter­kunde, wordt journalist en heeft het onder het naziregime niet makkelijk. De ene brengt het via SA-man, partijbons en zwarthandelaar tot afgevaardigde in de Bonds­dag (!), de andere weet met hangen en wurgen de nazi’s en de oorlog te over­leven. Logisch: de een is een meeloper, de ander principieel tegenstander van het nazidom. Niettemin een kostelijk boek. De humor en de zelfspot spreken me nog steeds erg aan.

De herinnering werd leven ingeblazen door de column van Kees Schuyt, onlangs in De Volkskrant, met de titel ‘Elke humor is mij vreemd’. Hij stoorde zich aan het volslagen gebrek aan humor bij Knevel en zijn gast Van der Ven tijdens hun opge­blazen tv-interview en verzucht: ‘Het beste medicijn tegen geweld en vreemdelin­gen­haat is humor’. Hij schets vervolgens de werkwijze van de door hem bewonder­de Amerikaanse tekenaar Saul Steinberg (van wie ik dan weer nooit gehoord heb) en besluit: ‘Fanatici hebben geen humor. Humor is zelfaanvaarding. Zelfaanvaar­ding is zelfrelativering. Zelfrelativering is humor. Zo is het… toch?’

Mooi: die vraag tot slot. Droste-effectje.

Ik ben het met de schrijver hartgrondig eens dat je jezelf niet te ernstig moet nemen. Anderen ook niet, overigens. Ik heb ooit tijdens een cursus een trucje geleerd om niet al te zeer van (zogenaamde) leiders onder de indruk te raken: stel je hem in z’n onderbroek voor, dat relativeert. Wat? Balkenende? Welnee!

 

[december 2004]

 

*) Als iemand een Nederlandse vertaling kent, hoor ik het graag. In het Duits verscheen het boek in 1957.