Door op 31 mei 2009

TAAL

Met de wat bedaagde uitdrukking “die is niet van de straat” (ik hoor die vooral bij mensen van mijn generatie of nóg ouder) wil je aangeven dat iemand niet tot de onderste lagen van de maatschappij behoort. Bij mensen van de straat hoort ook straattaal.

Tot de huisregels van de Tweede Kamer behoort dat onze volksvertegenwoor­digers debatteren zonder straattaal te gebruiken. Of ze nou van de straat zijn of niet. Kamervoorzitter Verbeet probeert de sprekers daarbij op het rechte pad te houden. Zo wees ze niet lang geleden de heer Brinkman terecht, die herhaaldelijk het woord “besodemieterd” gebruikte.

Mag je het omkeren? Dat mensen die straattaal gebruiken, dus ook van de straat zijn? Ik betwijfel het. Neem nu deze Brinkman. Keurige verschijning, maakt een opgevoede indruk, jaren bij de politie geweest: niet van de straat. Zijn moeder zal vroeger geprobeerd hebben hem netjes te leren praten. Dat doen moeders. Ik weet ervan, al ben ik geen moeder.

En toch: onze kinderen kwamen al jong thuis met woorden die ze niet van óns geleerd hadden. Dat wisten we zeker. Schuttingwoorden, bijvoorbeeld. Op straat geleerd zeker. Maar er waren zelden woorden bij die wij nog niet kenden…

Brinkmans woordkeus, om bij hem als voorbeeld te blijven, is hem mogelijk door andere motieven ingegeven. Zou hij menen dat de onparlementaire woorden die hij en zijn fractiegenoten geregeld gebruiken, vaak ontleend aan de straattaal, beter pas­sen bij zijn beoogde achterban, de brede volksbeweging?

Als die achterban daar maar van gediend is. Net als ik hebben veel mensen, de mééste mensen schat ik zo, van huis uit het besef dat je niet zomaar alles kunt zeggen wat je voor de bek komt. Gewoon, opvoeding.

Ik ben dat platte gescheld van de Brinkmannen wel eens zó zat dat ik denk, láát ze dan maar eens tonen wat ze waard zijn. Zoals je een eigenwijs kind dat roept ‘ik kan het zelluf’, er ook zelf achter laat komen. Maar werkt dat bij de PVV? Het CDA sluit het niet uit, hoorde ik. Ervaring met de LPF, tenslotte…

Er zijn jaren geweest dat mensen met ambitie vonden dat je als manager geen vak­kennis hoefde te hebben. We hebben gezien hoe dat in de financiële wereld is afge­lopen. Zou dat met de nieuwe politieke partijen net zo gaan? Dat ze denken dat je de baas kunt spelen zonder verstand van besturen te hebben? Dat is wél wat de achterban verwacht: besturen.

 

[mei 2009]