Door op 26 augustus 1992

HEK

Het zijn afschuwelijke keuzen waarvoor we komen te staan. Maar waar we ons niet van mogen afmaken, zoals staatssecretaris Kosto doet als er weer eens dui­zend vluchtelingen in aantocht zijn en hij vindt dat Nederland die niet zomaar kan accepteren, omdat we dan de Serviërs in de kaart spelen. Heeft enig land eigenlijk de levende geraamten in de Servische concentratiekampen een veilig toevluchtsoord aangeboden? Of blijft het bij heilige verontwaardiging en preve­lementjes dat dit toch eigenlijk niet zou mogen gebeuren op de drempel van een eenentwintigste eeuw waar we samen met Bush toch iets vrolijkers hadden verwacht.

Met deze regels besluit Max Arian zijn bijdrage in de Groene van 19 augustus jl. onder de kop Dan maar geen wereldorde.
Eraan voorbijgaand dat Max evenmin de weg wijst, hij legt wél de vinger op de zere plek. Er wordt geen keuze gemaakt en ieder dag dat je de keuze uitstelt, kost dui­zen­den mensenlevens.
Begin dit jaar betoogde ik dat we voor iedereen (behalve de paus) de grenzen open zouden moeten zetten, om zo niet tot de beslissing over het leven van anderen gedwongen te worden. Een element in dat betoog was het bestaan van autonome staten, binnen de grenzen waarvan we ons nergens mee mogen bemoeien.
Versimpelen we de keuzen, die niet alleen afschuwelijk, maar ook zeer complex zijn, tot twee mogelijkheden:
a. Ingrijpen
We roepen een halt toe aan de zinloze moordpartijen. We besluiten dat landen met een burgeroorlog hun autonomie verliezen en slaan gezamenlijk, in VN-verband, de strijdende partijen met de koppen tegen elkaar, als een wijze ouder zijn kinderen. Het kost een paar mensenlevens, ook aan onze kant, maar dat moet je accepteren. (Een beperkte oorlog? Laat me niet lachen.) Als de ingreep achter de rug is, dan kun je tenminste voedsel brengen zonder in je rug geschoten te worden. De overle­venden dwing je vrede te sluiten, de vluchtelingen en asielzoekers stuur je terug naar huis en klaar is Kees.
b. Niet mee bemoeien
We bepalen dat de burgeroorlog niet óns probleem is, wenden het hoofd af en slui­ten onze grenzen voor vluchtelingen en asielzoekers. Of, nog beter, we leggen een blokkade rond het autonome land in kwestie, voor mijn part een hek d’r om. Wapens en munitie laten we naar binnen, dat versnelt de oplossing, maar we laten er niemand uit, nog geen muis. Als je niks meer hoort kun je de blokkade opheffen en klaar is Kees.

De eerste keuze kost ons geld en mensenlevens. De tweede kunnen we door slimme wapentransacties misschien met gesloten beurs redden en zonder ons leven erbij in te schieten. Nou, wat doen we?
[augustus 1992]