Door op 9 november 1998

ASFALT

Waarom heeft een minister een auto met chauffeur ter beschikking? Ik wed dat de meeste mensen wel zullen antwoorden dat een minister onder het rijden te veel te doen heeft om het besturen van een auto er óók nog bij te kunnen hebben.

Hoe ik hier zo op kom? Zal ik vertellen.

Heel vaak hoor je bij de verkeersinformatie dat er kilometerslange rijen auto’s lang­zaam rijden of stilstaan als gevolg van een ongeval. Juist tijdens het spitsuur hoeft er maar dát te gebeuren of de boel staat stil. Ik heb dit niet alleen van de radio, ik zit er vaak genoeg zelf tussen om uit eigen waarneming te kunnen spreken.

Natuurlijk kunnen we daar de auto niet de schuld van geven; bij het ontwerpen van een auto wordt over de veiligheid goed nagedacht. Niet alleen in termen van kreu­kel­zones. (De veiligste auto? De lelijke eend: één grote kreukelzone!) Dingen die de bestuurder zou kunnen afleiden van het sturen, zijn weggelaten. Optimaal comfort is nagestreefd. Alles ergonomisch verantwoord, zodat zelfs de grootste sukkel met z’n gezinsauto nog veilig aan de formule-I zou kunnen meedoen. Echt, aan de auto is alles gedaan om ongelukken te helpen voorkomen.

Niet alleen aan auto’s, ook aan wegen worden hoge veiligheidseisen gesteld. Rijks­water­staat doet zijn best om de boel overzichtelijk te maken, goed te verlichten en zo in te richten dat een soepele verkeersafwikkeling mogelijk is. Lange opritten en wissel­stroken waar mogelijk, spitsstroken, rijbaansignalering zo ver als je kijken kunt, noem maar op. Kapitalen kost het, maar de veiligheid is in het geding, dus niet zeuren.

Jammer genoeg wordt een andere belangrijke factor sterk verwaarloosd: rijopleiding wordt gegeven tot het examen behaald is en daarna doen alleen uitslovers er nog iets aan. We kijken hoofdschuddend naar tv-programma’s als Blik op de weg, maar als we zelf in de auto stappen zijn we alles weer vergeten. Dan maken we het in de auto gezellig en gebruiken de tijd voor iets nuttigs: nog even iemand bellen, de ver­ga­dering voorbereiden, de krant inzien. Bekertje koffie, frisdrankje erbij, we zijn helemaal thuis. Totdat iemand vóór ons moet remmen. Te laat herinneren we ons weer waarom de minister een chauffeur heeft.

Voordat we toegeven aan de roep om meer asfalt, zouden we eens een gratis, maar verplichte nascholing moeten overwegen, een praktijkopleiding voor mensen die het besturen van een auto kennelijk niet ernstig nemen. Hoeveel geld zou het schelen? Ideetje voor onze minister van verkeer?

 

[november 1998]